Moderne Tijd

De 19e eeuw

Kees Valkenstein
Kees Valkenstein

Twee voorbeelden van bekende inwoners van ons gebied:Kees Valkenstein (onderwijzer en veelzijdig kunstenaar) en Jac. Graafland (fijn- en grof schilder)

In 1811 werden uit de toenmalige gerechten Themaat, De Haar, Vleuten en De Meern, Oudenrhijn, Heijcop, Papendorp, Galekop, Veldhuizen, Reijerscop-Kreuningen en Reijerscop-St.Pieters vier (nu voormalige) gemeenten gevormd: Vleuten, Oudenrijn, Veldhuizen en Haarzuilens. Meer over de geschiedenis van deze gerechten vindt u in ons speciale dossier hierover.

In 1954 werd de gemeente Vleuten-De Meern gevormd uit de gemeenten Haarzuilens, Vleuten, Veldhuizen en Oudenrijn. De gemeente Vleuten omvatte op dat moment grotendeels het gebied ten noorden van de waterweg de Leidse Rijn. De gemeente Veldhuizen omvatte het gebied ten westen van de Meerndijk (de Achtkantenmolenvliet ) en ten zuiden van de Leidse Rijn. De gemeente Oudenrijn besloeg het gebied ten oosten van de Meerndijk (de Achtkantenmolenvliet) en ten zuiden van de Leidse Rijn. Het grondgebied van Oudenrijn strekte zich oostelijk uit tot en met de polder Papendorp (op de huidige plek van het gelijknamige bedrijventerrein). Naar aanleiding van de fusie van het grondgebied van de vier gemeenten tot de gemeente Vleuten-De Meern werd het oostelijk gedeelte van de gemeente Oudenrijn, waaronder Papendorp, ingelijfd bij de gemeenten Utrecht en Jutphaas. Een gedeelte van Veldhuizen en een klein stukje van Vleuten werden aan het grondgebied van Harmelen toegevoegd. De resterende delen van de gemeenten Veldhuizen, Oudenrijn en Vleuten werden met Haarzuilens samengevoegd tot de nieuwe gemeente Vleuten-De Meern.

De Meernbrug, voor 1960, toen de Castellumlaan nog niet was aangelegd.
De Meernbrug, voor 1960, toen de Castellumlaan nog niet was aangelegd.

Tegen de fusiegemeente Vleuten-De Meern bestond in de jaren voorafgaand aan de fusie veel weerstand, met name vanuit de (kleinere) gemeenten Veldhuizen en Oudenrijn. Vanuit een actiecomité werd destijds gepleit voor een ‘Rijngemeente De Meern’. Deze zou moeten bestaan uit de gemeenten Veldhuizen, Oudenrijn en een deel van Vleuten. Dit voorstel zou het uiteindelijk niet halen.

De 20e eeuw

Tuinbouw begin 20e eeuw

Het gebied rond Vleuten en De Meern is van oudsher agrarisch en kent tot de tweede helft van de twintigste eeuw nauwelijks industrie. Een grote stimulans voor de ontwikkeling van de Vleutense tuinbouw is de komst van tal van kwekers uit het Westland, die door de stadsuitbreiding van Den Haag moeten wijken. Aangemoedigd door de redelijke grondprijzen starten zij vooral langs de Alendorperweg, ‘t Zand en de Utrechtseweg bedrijven die op Westlandse leest zijn geschoeid. Dat wil zeggen: zij kweken groente en fruit onder glas. Alendorp en ‘t Zand zijn ideale locaties omdat hier oude vletsloten liggen, die nu gebruikt kunnen worden voor de afvoer van de tuinbouwproducten.

Luchtfoto kassen Alendorp 1991
Luchtfoto kassen Alendorp 1991

In 1904 verschijnt de eerste kas. Later zullen er nog veel meer volgen (bron: ‘Van Vicus tot Vinex’). Voordat de gemeente Vleuten-De Meern werd opgeheven waren er in die gemeente tussen de 70 en 125 tuinbouwbedrijven gevestigd.

Over elke van bovenstaande perioden zijn documenten, tijdschriftartikelen en boeken aanwezig in het documentatiecentrum in de Broederschapshuisjes te Vleuten, het historisch archief van de vereniging. Het boek ‘Van Vicus tot Vinex‘ van Jan Jaap Luijt beschrijft het meest uitvoerig, en op een laagdrempelige manier geschreven, de geschiedenis van ons gebied.