Decembernummer van ?Rond Leidsche Rijn en Vleutensche Wetering?

Donderdag 20 december zal alweer de vierde editie van dit jaar van ?Rond Leidsche Rijn en Vleutensche Wetering? verspreid worden onder onze leden.

Voorpagina december 2018
Voorpagina december 2018

Deze editie bevat weer een groot aantal interessante artikelen waaronder:

  • ‘De Tiendweg’; een artikel uit onze serie over verdwenen straatnamen van C.W.M. Rasch
  • ‘Onderzoek naar de bouwhistorievan de Broederschapshuisjes in Vleuten, Dorpsstraat 1’ door J.A. van der Hoeve en V. Voorn-Verkleij
  • ‘De Tuinman van Spes Nostra’ door V. Voorn Verkleij


Verder uiteraard onze vaste columns en rubrieken.

De deadline voor het februarinummer is maandag 25 februari.


‘De Tiendweg’; door C.W.M. Rasch

In Nederland hebben veel wegen de naam Tiendweg. Het zijn wegen met een lange historie die teruggaat tot in de Middeleeuwen. Ze dateren uit de periode 1100 – 1500. Over de historische functie van tiendwegen is men lang van mening geweest dat deze wegen een functie hadden bij het innen van tienden, een belasting op de opbrengsten van het land. Tegenwoordig is men het er over eens dat tiendwegen een waterstaatkundige functie hebben gehad. Ze werden gebruikt voorde afvoer van water uit hoger gelegen land waarbij de weg als kade functioneerde.

In Vleuten liep de Tiendweg van boerderij Alendorp aan de Alendorperweg naar ?t Zand, vlakbij de Utrechtseweg, voorheen Vleutensedijk genoemd. Op de kadastrale atlas van 1832 staat deze weg duidelijk aangegeven. De Tiendweg was een zandweg van ruim een kilometer lang.  Lees verder in het decembernummer.

‘Onderzoek naar de bouwhistorie van de Broederschapshuisjes in Vleuten, Dorpsstraat 1’ door J.A. van der Hoeve en V. Voorn-Verkleij

Het documentatiecentrum van onze Vereniging, gelegen in de ?Broederschapshuisjes?,wordt momenteel ingrijpend verbouwd. Omdat het een Rijksmonument betreft, is het enige jaren geleden uitvoerig onderzocht op bouwhistorische sporen. Hiervan is een uitgebreid verslag gemaakt dat wij graag in ons tijdschrift publiceren. Uitkomsten van dit onderzoek gaven ook aanleiding delen van het oorspronkelijke gebouw weer zichtbaar te maken voor het publiek.

De Historische Vereniging Vleuten, De Meern, Haarzuilens& Leidsche Rijn maakt sinds 1988 gebruik van de Broederschapshuisjes aan de Dorpsstraat 1 in Vleuten, waar het documentatiecentrum en een tentoonstellingsruimte zijn ondergebracht. De zolder wordt gebruikt voor opslagen archief.

Omdat de tentoonstellingsmogelijkheden in het gebouw zeer beperkt zijn, zijn idee?n en plannen ontwikkeld tot herinrichting van het gebouw. Daarbij was het van belang om meer inzicht te verkrijgen in de cultuurhistorische betekenis van dit Rijksmonument. Dat was aanleiding voor deze bouwhistorische verkenning met waardestelling, uitgevoerd op 26 september 2016 door J. van der Hoeve van de afdeling Erfgoed van de gemeente Utrecht.

Eigenaar van deze huisjes is de Broederschap van Onze Lieve Vrouw. Deze broederschap is in 1471 opgericht door de toenmalige pastoor van Vleuten, Aernt Jansz van der Bilt, die een aantal kasteel- en landheren uitnodigde om als broeders vreedzaam naast elkaar te leven. Daartoe werd de Broederschap van Onze Lieve Vrouw opgericht. De stichtingsbrief dateert van 22 april 1471 (Beloken Pasen oftewel de eerste zondag na Pasen). Op 7 maart 1568 (de eerste zondag in de vasten) is deze stichtingsbrief herbevestigd. Deze tweede stichtingsbrief is behouden en vormt nog steeds het fundament van de Broederschap. Lees verder in het decembernummer.

De Tuinman van Spes Nostra door Veronique Voorn-Verkleij

Dit jaar vertrokken vijf van de zeven laatste zusters van klooster Spes nostra naar Boxmeer. De kloosterorde, meestal in de volksmond de zusters van Heiligenstadt genoemd (naar de plaats waar ze vandaan kwamen) was in 1952 naar Vleuten gekomen. Het waren de zusters van de Orde van de Heilige Maria Magdalena Postel. Zij stichtten hier het bejaardenhuis Sint Jozef (nu Parkhof), een VGLO-school). Toen die werd opgeheven, kwamen hier de openbare Kees Valkensteinschool, de Lagere School, de Pastoor Ohlschool (nu de Willibrordschool) en een kleuterschool, het Kleuter Paradijs (nu onderdeel van de Willibrordschool). In 1960 kochten de zusters een flink stuk land waarop zij een kloostergebouw, Spes nostra (onze hoop), lieten bouwen. Het enorme terrein bestreek een gebied tussen de tuinen van de Prof. Bronckhorstlaan, de Rijnweidein de Tol (toen weiland) en het terrein van boerderij Alenvelt (nu het fietspad vanaf de rotonde bij de Tol, richting de Rijnweide). Om het enorme terrein te onderhouden namen ze een tuinman aan. De eerste tuinman, Jan de Rooij, heeft er maar kort gewerkt. De tweede, Anton van Overbeek, werkte er ongeveer veertig jaar. Zijn vrouw en zoon Walter vertellen hoe dat was. Lees verder in het decembernummer.



Septembernummer van ?Rond Leidsche Rijn en Vleutensche Wetering?

Afgelopen donderdag 27 september is het septembernummer van ons tijdschrift, ?Rond Leidsche Rijn en Vleutensche Wetering? weer verspreid onder onze leden.

Deze editie bevat weer een groot aantal interessante artikelen waaronder:

september-nummer 2018
september-nummer 2018

  • ‘Odenvelt 50 jaar’) door Arthur van der Leij
  • ‘Van herberg De Halve Kous tot restaurant La Place De Meern’ door Hans Ellenbroek

Verder uiteraard weer onze vaste rubrieken en columns.

 

‘Odenvelt 50 jaar’ door Arthur van der Leij

Woningnood en dus woningbouw is al sinds het begin van de vorige eeuw een serieus onderwerp van besprekingen tussen de stad Utrecht en de rechtsvoorgangers van gemeente Vleuten-De Meern. Daarbij ervoer die gemeente de plannen van Utrecht wel altijd als een bedreiging voor de lokale autonomie.

Een mooi voorbeeld van deze verhouding was de bouw van de huizen in de jaren dertig van de vorige eeuw in de Burgemeester Verderlaan, deze ligt nu tegen het kantorengebied van het Park Voorn aan. Een hint om aan te geven, tot hier en niet verder Utrecht!

In de jaren zestig werd het bevolkingsoverschot van de gemeente Utrecht zo nijpend, dat voor een oplossing naar de omliggende gemeenten moest worden gekeken. Door het landelijke karakter en de grondpolitiek kwam Vleuten in aanmerking, aldus de Minister in antwoord op vragen van de Tweede Kamer. Uitbreidingsplannen werden ontwikkeld voor de dorpskernen Vleuten en De Meern. Lees meer in het septembernummer.

‘Van herberg De Halve Kous tot restaurant La Place De Meern’ door Hans Ellenbroek

In de zuidwestelijke hoek van de kruising tussen de A12 en de N228 ligt het wegrestaurant La Place De Meern, bij velen beter bekend als Afrit De Meern. Eigenlijk betreft het de kruising tussen de wegen Reijerscop en de Meerndijk in de voormalige gemeente Veldhuizen. Deze gemeente bestond uit de Meerndijk en de polders en buurtschappen Reijerscop en Veldhuizen. De twee boven elkaar liggende polders werden in het noorden begrensd door de Leidse Rijn, in het oosten door de Meerndijk, in het zuiden door de polder Achthoven en in het westen door de polders Kattenbroek en Bijleveld. De polders Reijerscop en Veldhuizen, van elkaar gescheiden door de Reijerscopse wetering, maakten deel uit van het voormalige waterschap Bijleveld.

Het jaar 1413 kan als het begin van het waterschap Bijleveld worden beschouwd. Toen kregen de polders Bijleveld, Veldhuizen, Reijerscop, Mastwijk, Achthoven en Harmelerwaard van de graaf van Holland het recht om af te wateren op de Amstel via het grondgebied van Holland. Lees meer in het septembernummer.

 

 

Juninummer van ?Rond Leidsche Rijn en Vleutensche Wetering?

Vanaf a.s. donderdag 28 juni maart zal het juninummer van ons tijdschrift, ?Rond Leidsche Rijn en Vleutensche Wetering? weer verspreid worden onder onze leden.

Tijdschrift Juni 2018
Tijdschrift Juni 2018

Deze editie bevat weer een groot aantal interessante artikelen waaronder:

  • ‘Rollen door de weilanden’ (in de reeks ‘Herinneringen aan de Groenedijk’) door Marjo van der Woerd
  • ‘Wandelen door Nederland met Jacobus Craandijk’ door Veronique Voorn
  • ‘Bakker Verkerk, ruim 400 jaar verbonden met de geschiedenis van De Meern’ door Marjo van der Woerd

Verder uiteraard weer onze vaste rubrieken en columns.

‘Rollen door de weilanden’ (in de reeks ‘Herinneringen aan de Groenedijk’) door Marjo van der Woerd

Cor de Rijk heeft de hele oorlog de Arbeitseinsatz kunnen ontlopen door zijn beroep van groenteventer. Eenmaal slechts heeft hij zich moeten verstoppen voor een razzia, in het kolenhok achter in de schuur. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog vorderde de Duitse bezetter menige woning, ook op de Groenedijk. E?n van de buren van de ouders van Annie de Rijk, de familie van Londen van Groendijk nr. 47, werd op een gegeven moment uit hun huis gezet. Zij kwamen in de voorkamer van de familie De Rijk te wonen. De bovenverdieping van het huis werd toegewezen aan Duitse militairen. Medio 1943 werd de familie De Rijk volledig uit hun huis gezet en waren ze genoodzaakt in te trekken bij de grootouders De Rijk op nr. 15. De familie heeft alle documenten die hier betrekking op hebben bewaard. Ik lees bijvoorbeeld een document waarin formeel wordt bevestigd dat ??n of meerdere Duitse officieren van 26 februari tot 14 maart 1945 ingekwartierd waren in het huis van de familie De Rijk.?Lees meer in het juninummer.

‘Wandelen door Nederland met Jacobus Craandijk’ door Veronique Voorn

Jacobus Craandijk werd geboren in Amsterdam op 7 september 1834. Hij stamde uit een welvarende koopmansfamilie waarvan een voorouder in de Gouden Eeuw uit de omgeving van Bocholt naar Amsterdam trok en als damastwever ging werken. Craandijk woonde als kind aan de Keizersgracht en ?s?zomers woonde hij buiten de Zaagpoort waar zijn vader zaagmolens had staan en handelde in hout. Mogelijk komt hier de liefde voor het buitenleven vandaan. Helaas duurde zijn vrije leventje aan de rand van Amsterdam niet lang, omdat zijn vader al in 1840 overleed. Zijn moeder hertrouwde en het gezin verhuisde naar Den Haag. Daar bezocht hij het gymnasium en in 1852 ging hij naar de Algemene Doopsgezinde Soci?teit en het Amsterdamsch Atheneum om predikant te worden. Uit die tijd stamt zijn boekje ?Jeugdige dichtoefeningen? dat hij zelf illustreerde. Tijdens zijn studie richtte hij? een wandelclub op ?Ahasverus? waarvoor hij wandelingen beschreef.?Lees meer in het juninummer.

‘Bakker Verkerk, ruim 400 jaar verbonden met de geschiedenis van De Meern’ door Marjo van der Woerd

Jacobus Craandijk werd geboren in Amsterdam op 7 september 1834. Hij stamde uit een welvarende koopmansfamilie waarvan een voorouder in de Gouden Eeuw uit de omgeving van Bocholt naar Amsterdam trok en als damastwever ging werken. Craandijk woonde als kind aan de Keizersgracht en ?s?zomers woonde hij buiten de Zaagpoort waar zijn vader zaagmolens had staan en handelde in hout. Mogelijk komt hier de liefde voor het buitenleven vandaan. Helaas duurde zijn vrije leventje aan de rand van Amsterdam niet lang, omdat zijn vader al in 1840 overleed. Zijn moeder hertrouwde en het gezin verhuisde naar Den Haag. Daar bezocht hij het gymnasium en in 1852 ging hij naar de Algemene Doopsgezinde Soci?teit en het Amsterdamsch Atheneum om predikant te worden. Uit die tijd stamt zijn boekje ?Jeugdige dichtoefeningen? dat hij zelf illustreerde. Tijdens zijn studie richtte hij? een wandelclub op ?Ahasverus? waarvoor hij wandelingen beschreef. Lees meer in het juninummer.

 

 

 

 

 

Maartnummer van ‘Rond Leidsche Rijn en Vleutensche Wetering’

Vanaf donderdag 22 maart zal het maartnummer van ons tijdschrift, “Rond Leidsche Rijn en Vleutensche Wetering? weer verspreid worden onder onze leden.

Hist Ver tijdschrift mrt 2018 voorpag
Hist Ver tijdschrift mrt 2018 voorpag

Deze editie bevat weer een groot aantal interessante artikelen waaronder:

  • “Gemeenteverkiezingen in Vleuten De Meern”, door Arthur van der Leij
  • ?Een Vleutenaar en de watersnoodramp van 1953″ door Arthur van der Leij
  • “Van: De Lage Hoeve naar: Geertjeshoeve? (1)” door Margreet Staal-Spekman

Verder uiteraard weer onze vaste rubrieken en columns.

“Gemeenteverkiezingen in Vleuten De Meern”, door Arthur van der Leij

In de periode van 1978 tot 2000 werd de gemeente Vleuten-De Meern waar Haarzuilens deel van uitmaakt (VDMH) van een rustige, agrarische gemeente tot speelbal van de landelijke politiek. In eerste instantie ging de lokale politiek uit van een getemperde woningbouw in de gemeente, die varieerde van 3.000 tot 31.000 woningen over de periode tot 2005. De minimale variant was de politiek van een nieuwe partij, Burger en Gemeenschap (B&G). De grotere omvang was de doelstelling van de traditionele partijen. Geleidelijk ging de invloed van de woningbouwpolitiek van de gemeente Utrecht een rol spelen. Die gemeente had het oog laten vallen op het gebied ten westen van de stad tussen de A-2 en ?t Zand, teneinde een oplossing te vinden voor de toenemende woningnood in de gemeente Utrecht.

Daartoe zou het kassengebied en de veiling moeten wijken. Dat maakte veel los bij de belangengroep voor de kassentuinbouw. Een eerste oplossing werd gezien in verplaatsing naar de Harmelerwaard. Harmelen was tegen deze plannen. Een belangrijk aspect in de discussie vormde de financiering, waarvan de kosten werden begroot op 100 tot 500 miljoen gulden. Voorstanders van autonomie van zowel Vleuten-De Meern als Harmelen, dachten uit die enorme bedragen een belangrijke bescherming te kunnen afleiden tegen de Utrechtse plannen. Lees verder in het maartnummer.

?Een Vleutenaar en de watersnoodramp van 1953″ door Arthur van der Leij

Radionieuwsdienst van 1 februari 1953 om 09.30 uur verzorgd door het ANP: ??.?In verband met de waternoodramp gelast de Chef Generale Staf alle beroeps, reserve en dienstplichtig personeel onmiddellijk naar hun garnizoen terug te keren??..???

Het is dit jaar 65 jaar geleden dat de watersnoodramp plaatsvond. Deze ramp in februari 1953 vormde de aanleiding voor de Deltawerken. Dit plan van zeedijkversterking had ten doel om te voorkomen, dat deze ramp waarbij meer dan 1800 mensen het leven verloren, zich in de toekomst zou herhalen. Daarnaast was de economische schade in de vorm van onbewoonbare huizen, ongeschikte landbouwgrond en verwoeste infrastructuur enorm. De eerste schatting van omgerekend drie miljard euro herstelschade door het toenmalige Kabinet bleek nog maar een druppel op de gloeiende plaat. Uiteindelijk zijn bedragen voor totale kosten genoemd van duizend miljard euro. Hoewel de ramp gevolgen had voor heel Zuidwest Nederland zal in dit artikel de aandacht gericht zijn op de provincie Zeeland en West-Brabant.

De weersberichten van zaterdag 31 januari 1953 voorspelden een zware Noordwester storm. Het KNMI waarschuwde dan ook voor de stuwing van water vanuit het Noorden van de Noordzee, richting Calais. Wat niet meteen doordrong was, dat er gelijktijdig sprake was van springvloed. Deze combinatie werd de dijken noodlottig. De dijken, die juist hersteld waren van de oorlogsschade die in 1945 was ontstaan, waren niet op deze situatie berekend. Lees verder in het maartnummer.

Van: De Lage Hoeve naar: Geertjeshoeve? (1)” door Margreet Staal-Spekman

Vraag je aan iemand die ooit over de Thematerweg richting Haarzuilens ging: ?Wat was langs die weg het mooiste?? Dan verschilt het antwoord per seizoen. Was het herfst, dan zullen het de bomen zijn, in herfstkleuren. In de lente is het een boomgaard vol ?bloesempracht of een voorjaarswei, compleet met lammetjes. Maar wat een pracht biedt een wintertafreel, als de hele omgeving rust onder een deken van sneeuw! Dat kan de voorbijganger een ongekend geluksgevoel geven. Eens bij een gezinsuitje zagen wij een moedereend. Zij leek op onze komst te hebben gewacht om waggelend over te steken; trots op haar zes eendenkuikens.

Dit verhaaltje maakt duidelijk dat Themaat ons ieder seizoen een ander gezicht laat zien. Er is echter ??n beeld dat onveranderd in ieders geheugen staat gegrift, dat volgens velen niet ?kon veranderen, of het lente, zomer, herfst of winter was: dat is die boerderij, Thematerweg 5, die met dat witte paard op de staldeuren: De Lage Hoeve.

Dit artikel zal niet gaan over het paard dat van die staldeuren verdween; het kan zo weer op de deuren verschijnen. Verder kan het – misschien later – over de naamsverandering gaan; daar is een reden voor. In dit artikel wordt iets verteld over de geschiedenis van het land, over het vee, de gebouwen en over de mensen die er woonden. Verder zal het gaan over hoe – ook hier – de laatste boer, Pieter Lam, verdween in 2001. Lees verder in het maartnummer.

 

 

Decembernummer van ‘Rond Leidsche Rijn en Vleutensche Wetering’

Vanaf donderdag 21 december zal het december-nummer van ons tijdschrift, “Rond Leidsche Rijn en Vleutensche Wetering? weer verspreid worden onder onze leden.

december nummer 2017
december-nummer_201onder onze leden.

Dit decembernummer bevat weer tal van interessante artikelen waaronder:

  • “Een dorpsbewoner vertelt”, door Veronique Voorn
  • ?Nedal Aluminium 1938 – 2018″ door Arjo Roersch van der Hoogte
  • “Geen urnen maar muizenpotten” door Coosje Koster, Herre Wynia en Ren? de Kam

Verder uiteraard weer onze vaste rubrieken en columns en ook een nieuwe vaste columnist; Ton van Schaik.

“Een dorpsbewoner vertelt”, door Veronique Voorn

Wij waren de eerste allochtonen in Vleuten

Op een donderdagochtend in oktober heb ik afgesproken in Anna?s Lunchroom pal onder de Dom in Utrecht. Ik tref hier de heer Che Chong Hau, zoon van de vroegere eigenaar van restaurant Kang Wah aan de Hindersteinlaan in Vleuten, tegenwoordig het Vleutens Paleis dat alweer gerund wordt door de vierde eigenaar, een goede kennis overigens van Che. Het is niet toevallig dat ik in Anna?s Lunchroom ben, maar daarover straks meer.

Het begin

Het restaurant Kang Wah begon in het spiksplinternieuwe Winkelcentrum Hinderstein dat geopend werd in 1970. Het was een uitgelezen kans voor de familie Hau om een bestaan op te bouwen in Nederland. Een broer van mevrouw Hau was begin jaren ?60 vanuit Hong Kong naar Nederland gegaan om werk te zoeken. De families woonden op het platteland van Hong Kong, een stad van miljoenen inwoners. De stad Hong Kong zelf ligt op een eiland en het vaste land erachter, de zogeheten New Territories, was toen nog platteland en het leven was er zwaar. Al gauw reisden meneer Hau en nog een zwager hem achterna. Lees verder in het decembernummer.

?Nedal Aluminium 1938 – 2018″ door Arjo Roersch van der Hoogte

Op 1 Maart 1938 werd aan de Groenewoudsedijk 1 (toen nog de Rijksstraatweg 37) de N.V. Aluminium Wals- en Persbedrijven (Awep) opgericht. Tachtig jaar later is dit bedrijf hier nog steeds gevestigd onder de naam Nedal Aluminium. Hoe groeide de eerste aluminiumfabriek van Nederland uit tot een gespecialiseerd fabrikant van hoogwaardige aluminium profielen en lichtmasten? Het tachtigjarig jubileum is een goede gelegenheid om bij deze groei en ontwikkeling stil te staan.

In 1937 wist de Amsterdamse ondernemer en oud-directeur van de Fordfabriek G.J.J. Both ??n miljoen gulden bij elkaar te brengen in een naamloze vennootschap om te investeren in de oprichting van een aluminiumfabriek. Een jaar later kreeg Both van de rijksoverheid niet alleen een vergunning om Nederlands eerste aluminiumfabriek op te richten, maar ook de beschikking over een aanzienlijk stuk grond in de toenmalige gemeente Oudenrijn. Deze locatie werd om strategische redenen gekozen: op de hoek van de Leidse Rijn en het in aanleg zijnde Amsterdam-Rijnkanaal; ook door de Rijksweg A2 lag het centraal.?Lees verder in het decembernummer.

“Geen urnen maar muizenpotten” door Coosje Koster, Herre Wynia en Ren? de Kam

Van 25 september tot 17 oktober 2017 heeft Erfgoed van de gemeente Utrecht langs de Rijksstraatweg archeologisch onderzoek uitgevoerd. Op het perceel, gelegen tussen huisnummer 17 en 18 en vlakbij de Metaal Kathedraal, is de bouw van een gemaal gepland en de aanleg van een brede waterpartij. Omdat de bodem daardoor verstoord zal worden, is het ?bodemarchief? door archeologen in kaart gebracht. Dat op deze plek archeologische sporen te verwachten waren, bleek al in 2010, toen door de gemeente Utrecht een vooronderzoek is uitgevoerd. Daaruit werd duidelijk dat er op het perceel bewoning is geweest vanaf de late middeleeuwen, dus ergens tussen 1000 en 1500 na Christus. Daarnaast werden ook twee crematiegraven uit de Romeinse tijd aangetroffen, die gedateerd konden worden in de tweede eeuw na Chr. Een van deze graven was compleet en bestond uit crematieresten en bijgaven, zoals een bronzen munt en een kruikje. Het andere graf was door later graafwerk helaas verstoord. Vol verwachting begon het team archeologen aan de opgraving. Zouden er nog meer graven te vinden zijn? Lees verder in het decembernummer.

De volledige foto bij de column van Ton van Schaik (uit 1921) staat hieronder. Linksonder De Rijksmunt en rechtsonder een tipje van de wijk Lombok. We kijken rechtsboven naar de Wijk Oog in Al die toen nog niet bestond.

Luchtfoto van Oog in Al (1921)
Luchtfoto van Oog in Al (1921)

 

September-nummer van “Rond Leidsche Rijn en Vleutensche Wetering?

Vanaf donderdag 28 september zal het september-nummer van ons tijdschrift, “Rond Leidsche Rijn en Vleutensche Wetering? weer verspreid worden onder onze leden.

september-nummer
september-nummer

Dit nummer bevat weer tal van interessante artikelen waaronder:

  • “Sjezen van de hocht”, het eerste deel van een reeks genaamd “Herinneringen aan de Groenedijk” door Afiena van IJken
  • ?Lies Staal: opgroeien in Vleuten tussen twee wereldoorlogen? door Ria Gresnigt
  • “Boerderij De Hoef: oude pracht tussen Utrechtse nieuwbouw” door Ingrid Horst

Verder uiteraard weer onze vaste rubrieken en columns.

“Sjezen van de hocht”, het eerste deel van een reeks genaamd “Herinneringen aan de Groenedijk”, door Afiena van IJken

De Groenedijk, vroeger ook wel aangeduid als de Heereweg is twee kilometer lang. Ben van Rooijen (De Meern, 1953) is de enige Van Rooijen die in Groenedijk 5 geboren is. Zijn geboortehuis staat er nog steeds, nu tussen Plattelandswinkel Goes en Castellum Hoge Woerd.

Van Rooijens grootouders lieten het huis bouwen in 1926, toen nog Groenedijk B64. Bens vader, ook Ben van Rooijen (Vleuten, 1912), groeide op aan de Groenedijk en had zijn oog laten vallen op het overbuurmeisje Lies Meyer van nummer 4. Zij was in de crisisjaren op 17-jarige leeftijd van Osnabr?ck naar Utrecht gekomen voor werk en maakte zich snel de Nederlandse taal eigen. Nadat Ben via broer Jo had gevraagd of hij een stukje met Lies kon meefietsen was het aan. Zij trouwden in de kerk die nu de Metaalkathedraal is (deze heette destijds de O.L.V. Hemelvaart te Oudenrijn).Zij stichtten een gezin. In de oorlog kwam de handelsgeest van vader Ben naar voren. Hij verkocht dode katten voor hazen. Niemand die er wat van gemerkt heeft. In 1949 betrokken Ben en Lies met hun kinderen het ouderlijk huis en de aanpandige houten woning, Groenedijk 7, was voor oma. Ben senior fokte later achter nummer 7 kuikens. ?Eens, bij een stroomstoring, waren alle lampen uitgevallen en troffen we de kuikentjes dood aan.? Lees verder in het september-nummer.

?Lies Staal: opgroeien in Vleuten tussen twee wereldoorlogen? door Ria Gresnigt

De smederij in 1920 met opa Staal en ome Jan de Grauw
De smederij in 1920 met opa Staal en ome Jan de Grauw

 

Vleuten 1917 -? een slaperig boerendorpje aan de westkant van Utrecht. Er wonen pakweg tweeduizend mensen, voornamelijk boeren met een gemengd bedrijf: een weiland met koeien, wat bouwland, een boomgaard, varkens, kippen en een moestuin voor eigen gebruik. Sinds een paar jaar wonen er ook enkele tuinders. Op straat lopen de dorpelingen met een handkar, of ze rijden met een hondenkar of met paard en wagen. Ze groeten elkaar en maken een praatje. Slechts een paar keer per dag komt er een automobiel door het dorp, een voertuig dat twintig jaar eerder ge?ntroduceerd is in Nederland. De welgestelde familie Van Bijlevelt heeft een eigen auto, natuurlijk met chauffeur want autorijden is een specialisme. Als de auto buiten staat, trekt die veel bekijks en niet alleen van de kinderen van het dorp. Die kinderen moeten nu opletten wanneer ze op straat spelen, want auto’s hebben een gevaarlijke snelheid. Om te voorkomen dat spelende kinderen zomaar de straat oprennen, heeft het gemeentebestuur vijf jaar geleden een hek om de school laten plaatsen. Een dorp in de buurt, Veldhuizen, heeft om veiligheidsredenen de maximumsnelheid in de bebouwde kom verlaagd van 20 naar 16 kilometer per uur.? Lees verder in het september-nummer.

“Boerderij De Hoef: oude pracht tussen Utrechtse nieuwbouw” door Ingrid Horst

Een verstild landschap met hier en daar groepjes koeien, landweggetjes en een paar boerderijen: zo zag het gebied ten westen van Utrecht er eind 19e eeuw uit. Een van die boerderijen was Hoeve Molensteijn aan de Rijksstraatweg in de toenmalige gemeente Oudenrijn, bewoond door de familie Uiterwaal. De familie bestond uit vader, moeder en hun twee kinderen Kobus en Kee. In het gebied De Hoge Weide woonden de grootouders van Kobus en Kee in hun boerderij op de plaats waar nu De Hoef staat.

Rond 1885 overleden de ouders, waardoor Kobus en Kee bij hun grootouders in hun boerderij gingen wonen. Dat was een goede oplossing: de grootouders waren al op leeftijd en konden best wat hulp gebruiken. Grootvader overleed al in 1886 en grootmoeder in 1899. Omdat zij 14 kinderen hadden moest de boerderij worden verkocht en de boedel verdeeld. Op de verkoping was ook grootgrondbezitter H.A. van Beuningen. De familie van Beuningen was bekend met de boerderij: twee zoons wilden boer worden en van Beuningen liet ze op de boerderij praktijkervaring opdoen. Lees verder in het september-nummer.

U kunt het tijdschrift via deze link bestellen of op maandag- of dinsdagmiddag kopen in ons documentatiecentrum.

 

 

Vernieuwde tijdschrift Historische Vereniging

Donderdag 29 juni werd een vernieuwde versie van het tijdschrift van de Historische Vereniging gepresenteerd.

Redactie (Afiena ontbreekt) en vaste vormgever Annet van Rooijen
Redactie (Afiena ontbreekt) en vaste vormgever Annet van Rooijen

De redactie van het tijdschrift van de Historische Vereniging Vleuten, De Meern, Haarzuilens & Leidsche Rijn heeft i.s.m. haar vaste drukker en vormgever, Van Rooijen, te Vleuten, in de afgelopen maanden hard gewerkt aan een nieuwe vormgeving van het tijdschrift, ‘Rond Leidsche Rijn en Vleutensche Wetering’. Zo is na de naamswijziging van de Historische Vereniging en de vernieuwde website, vorig jaar, ook dit paradepaardje van de vereniging opgefrist met een nieuwe look and feel. Naast de trouwe leden uit Vleuten en De Meern zal het tijdschrift nu nog meer de recentere leden (veelal nieuwere bewoners uit Leidsche Rijn) en losse lezers aanspreken.

Aan het eind van de middag werd het nieuwe tijdschrift gepresenteerd in aanwezigheid van de redactie, de vrijwilligers die verantwoordelijk zijn voor de distributie van het tijdschrift en vertegenwoordigers van de pers. Voorzitter Gerda Oskam opende de bijeenkomst met lovende woorden voor de redactie die elke jaar weer vier prachtige tijdschriften oplevert. Speciale aandacht ging uit naar Veronique Voorn – eindredacteur – die inmiddels alweer 10 jaar actief is de redactie van het tijdschrift en Annet van Rooijen die in haar rol van vormgever grotendeels verantwoordelijk is voor het nieuwe tijdschrift. Mevrouw Massop – wijkregisseur van de wijk Leidsche Rijn – kreeg het eerste exemplaar van het tijdschrift uitgereikt. In haar woorden had zij eveneens lof voor redactie en vereniging. In deze tijd waarin veel naar de toekomst wordt gekeken en hoe dingen beter kunnen, vindt zij het juist van belang om naar het verleden te kijken, naar wat bewoners verbindt.

Gerda Oskam en Ina Massop
Gerda Oskam en Ina Massop

Voor de vaste lezers van ons tijdschrift zal met name de nieuwe voorkant de grootste verandering zijn. Afscheid is genomen van het vaste geel/groene format. Hiervoor in de plaats is een voorpagina ge?ntroduceerd met een foto die de volledige voorpagina beslaat. Verder wordt er in het tijdschrift zelf meer met kleur en ruimte gewerkt om de artikelen van elkaar te onderscheiden en het geheel nog leesbaarder te maken. De 48 pagina?s van het vernieuwde tijdschrift, in kleur, bevatten natuurlijk de vaste rubrieken zoals, de dorpsbarbier, klassenfoto, kijk van nu op kiek van toen, de jeugdpagina en wat is dit. Tevens staan er ook nog steeds vele artikelen over diverse tijdsperken met lokale geschiedenis in. Artikelen die zowel voor de hier geboren en getogen lezers interessant zijn, als ook de recentere bewoners uitleg geven over wat er in dit gebied aan rijke historie te vinden is.

In het weekend van 1 juli – of kort daarop – zal het vernieuwde tijdschrift bezorgd worden bij onze leden.

Beelden van de middag vindt u hier. Het tijdschrift is voor diegenen van buiten ons gebied te bestellen via onze webshop.

 

Maart-nummer van “Rond Leidsche Rijn en Vleutensche Wetering?

Deze week is het maart-nummer van ons tijdschrift, “Rond Leidsche Rijn en Vleutensche Wetering? verschenen.

Maart-nummer 2017
Maart-nummer 2017

Dit nummer bevat weer tal van interessante artikelen waaronder:

  • ?Belangrijk advies voor vrouwen en meisjes? door Cees van der Wens;
  • ?Ondergronds verleden? van Mark van den Beuken over een Utrechtse duit uit 1754.

Verder veel kleine artikelen, columns en een uitgebreid artikel over alles rond 4 en 5 mei in ons gebied.

?Belangrijk advies voor vrouwen en meisjes? door Cees van der Wens

Op 28 juni 1961 haalde mijn moeder bij het gemeentehuis van Harmelen aan de Dorpsstraat haar allereerste paspoort op. Het boekje koste haar een rijksdaalder (omgerekend iets meer dan een euro) en het was vijf jaar geldig voor alle landen van Europa. Het paspoort (?model 1950?) bevatte niet alleen haar personalia en de gebruikelijke stempels en gegevens, maar achterin zat ook een opmerkelijk inlegvel met een belangrijk advies voor vrouwen en meisjes. Misschien heeft mijn moeder er destijds geen aandacht aan besteed, maar toen ik de tekst onlangs las, werd ik nieuwsgierig naar de achtergrond.

Het inlegvel achterin het paspoort uit 1961 begint met: ?Belangrijk advies voor vrouwen en meisjes?. De tekst eronder luidt: Uw aanvrage om een pas bewijst dat U ?t plan heeft een tijd naar het buitenland te gaan. Misschien is het Uw bedoeling daar werkzaam te zijn of te logeren. Om in Uw verwachting niet te worden teleurgesteld, raden wij U in Uw eigen belang aan, tijdig inlichtingen in te winnen omtrent de aard van het milieu waarin U wordt opgenomen. Het is van groot nut en voorkomt teleurstelling, v??r Uw vertrek op de hoogte te zijn van buitenlandse wettelijke en algemeen geldende arbeidsvoorwaarden, sociale voorzieningen enz. Lees het volledige artikel “Belangrijk advies voor vrouwen en meisjes” in het maart-nummer van ons tijdschrift.

?Ondergronds verleden? door Mark van den Beuken

Met een metaaldetector met de juiste locatie en heel veel geduld kun je best leuke oude muntjes vinden. De mooiste exemplaren moet je in het water zien te vinden. Maar soms als de bodem goed is, een combinatie van zand en klei (geen bemeste akker) kunnen zelfs koperen duitjes wonderbaarlijk als vrijwel nieuw na al die jaren het daglicht weer zien. Deze mooie Utrechtse duit van 1754 is daar een voorbeeld van.

Utrechtse Duit
Utrechtse Duit

Hieronder enige uitleg over deze vroegere duit. Overigens, mijn Utrechtse duit van 1754 heb ik met de metaaldetector gevonden op de Alendorperweg. Ik denk dat ik er wel vijftig of meer heb gevonden. Helaas waren de meeste van slechte kwaliteit. Maar deze niet, hij lag in een zandlaag, dicht tegen een woning aan, vandaar de prachtige kwaliteit!

Een?duit?was een Nederlandse koperen munt van geringe waarde die vooral gebruikt werd in de zeventiende en achttiende eeuw. De duit is afgeschaft met de?decimalisatie1 van het Nederlandse geldsysteem in 1816. Lees het volledige artikel “Ondergronds verleden” in het maart-nummer van ons tijdschrift.

U kunt het tijdschrift via deze link bestellen of op maandag- of dinsdagmiddag kopen in ons documentatiecentrum.

 

 

 

December-nummer van “Rond Leidsche Rijn en Vleutensche Wetering?

A.s. donderdag verschijnt alweer de laatste editie van “Rond Leidsche Rijn en Vleutensche Wetering? van dit jaar.

Voorpagina december-nummer 2016
Voorpagina december-nummer 2016

Dit nummer bevat weer tal van interessante artikelen waaronder:

  • ?Wandelen in de 19e eeuw? met J.B. Christemeijer? door Veronique Voorn-Verkleij;
  • ?Boerderij Ter Weide, nu De Vrijstaat? door Evalien van ‘t Veen en Margreet Staal.

Verder veel kleine artikelen, columns en een uitgebreide kinderpagina.

U kunt het tijdschrift via deze link bestellen.

 

?Wandelen in de 19e eeuw? met J.B. Christemeijer? door Veronique Voorn-Verkleij

Reeds in de twaalfde eeuw vond men hier eene landhoeve, toebehoorende aan zekeren Willem van Voorn, die in het begin der volgende eeuw tot ridder geslagen, en naar wiens naam de ridder-hofstad Voorn werd geheeten. Van dien tijd dagteekent ook de stichting van het kasteel, hetwelk zeer vele veranderingen heeft ondergaan. Het geslacht van Voorn, dat in der tijd beroemd was, uitgestorven zijnde, is dit landgoed, bij opvolging, door aankoop in het bezit van verschillende eigenaren geraakt. Onder de landerijen, welke tot deze hofstad behooren, is eene streek, het Strijdland genaamd, – een naam, vermoedelijk ontleend aan de menigvuldige geschillen, welke aldaar, in kleine schermutselingen, met de wapenen zijn beslecht geworden. Ook heeft men in dit veld, hetwelk eene uitgestrekheid van ettelijke bunders beslaat, op opdelving eenige wapens uit den ouden tijd gevonden.

Voorbij de hofstede ?t Jepma (van den Heer Frijkenius) [Tjepmastate stond aan het begin van het Strijkviertel] welke ook uit vroegere tijden, en waarschijnlijk uit de vijftiende eeuw herkomstig is, en eenige andere buitenplaatsen, waartoe Overvliet (van den Heer Pauw) [aan de Zandweg bij de Meentbrug] met een uitgestrekt schoon bosch behoort, komen wij weldra aan het dorp de Meern. Van hier geleidt links af de weg, die op

Rotterdam gaat, naar Montfoort, welk stadtje in eene welige landstreek, rijk aan schoone bouwlanden en vruchtbare boomgaarden, is gelegen, en uit dien hoofde onder de kleine steden van het Sticht, het bezoek des vreemdelings, die zijn togtje iets verder wil uitstrekken, niet onwaardig is.

 

“Boerderij Ter Weide, nu De Vrijstaat? door Evalien van ‘t Veen en Margreet Staal

Een van de twee tegeltableaus van de boerderij
Een van de twee tegeltableaus van de boerderij

Boerderij Ter Weide is een LANGHUISBOERDERIJ uit 1906. De voorgevel is naar de straatzijde gericht. Aan de voorkant ligt een ondiepe tuin. Een smeedijzeren hek met spijlen bakent het terrein af van de openbare ruimte.

In de benedenverdieping van deze boerderij zijn in de voorgevel vier vensters met luiken aangebracht. De zolderverdieping heeft twee dezelfde ramen met links en rechts een ronde Delftsblauwe tegelvoorstelling. Op het ene is een koe en op het andere een paard afgebeeld. Boven alle vensters zijn bogen aangebracht waarbinnen een patroon gemetseld is van gekleurde bakstenen.

De huisdeur, die toegang geeft tot het woongedeelte, is te vinden in de rechter zijgevel; daarachter liggen de aangebouwde stallen. De boerderij is gespaard gebleven bij de bouw van Leidsche Rijn Centrum vanwege de historische waarde en als voorbeeld van een langhuisboerderij.

Tijdschrift nr. 3 van “Rond Leidsche Rijn & Vleutensche wetering” is verschenen

Vanaf vandaag wordt het september-nummer van?”Rond Leidsche Rijn & Vleutensche wetering” weer verspreid onder onze leden.

Voorpagina september 2016
Voorpagina september 2016

Dit nummer bevat weer tal van interessante artikelen waaronder:

  • “De Haar in WO II” door dhr. Jules Braat en
  • “Sint maarten en Utrecht” door mw. Veronique Voorn-Verkleij.

Op de voorpagina het voormalige restaurant Rhenomare dat deze zomer werd gesloopt om ruimte te maken voor nieuwbouw. U kunt het tijdschrift hier bestellen.

 

“De Haar in WOII” door J. Braat

De meidagen van 1940.

Op 10 mei 1940 viel het Duitse leger ons land binnen. Als gevolg van het bombardement op Rotterdam moest onze strijdmacht na vier dagen capituleren, alleen Zeeland viel buiten de capitulatievoorwaarden. Tijdens gevechten aan de Grebbelinie werden het 1e en 5e Regiment Huzaren vanuit Huis ter Heide naar de Haar verplaatst. Toen de capitulatie bekend werd, vernietigden de huzaren hun wapens en een deel ervan verdween in de kasteelgracht. Na het vertrek van de militairen werd het kasteel, dat de eerste oorlogsdagen zonder schade was doorgekomen, al snel weer geopend voor bezoekers.??

Op 29 mei 1940 aanvaardde de bekende en beruchte nazi Dr. Seyss Inquart het bestuur over Nederland. Naast een aantal bestuurlijke maatregelen werd ook een ?Verordening betreffende de behandeling van vijandelijk vermogen? afgekondigd. Als vijandelijke staten werden Engeland en Frankrijk beschouwd samen met hun koloni?n, protectoraten en mandaatgebieden. Als vijandelijk vermogen in Nederland werden o.a. beschouwd: roerende goederen die rechtens aan de vijand toebehoorden. Van deze goederen moest aangifte worden gedaan.

Met de eigenaar in New York, beloofde dat voor de Haar niet veel goeds. Ook de Joodse afstamming van baronnesse H?l?ne was geen aanbeveling bij de nazibonzen. Organisatorische problemen bij de afdeling Finanz und Wirtschaft, Abteilung Feindverm?gen van het Rijkscommissariaat veroorzaakten vertraging waardoor de onder beheerstelling van de Haar nog enige tijd op zich liet wachten. Lees de rest van dit verhaal in het september nummer van ons tijdschrift

“Sint Maarten en Utrecht” door mw. V. Voorn

Zoals met de meeste vroegchristelijke heiligen zijn er weinig historische feiten bekend over het leven van Sint Maarten. Het meeste dat wij weten, komt uit de hagiografie die Sulpicius Severus (overleden in 591) over Maarten heeft geschreven. Deze levensbeschrijving is in feite een opsomming van losse gebeurtenissen. Sulpicius wilde vooral laten zien hoe heilig Maarten was. Het is geen objectief verhaal maar de boodschap was: ?Maarten is een echte leerling van Christus en gaat steeds meer op Christus zelf lijken.? Wat weten we feitelijk over Maarten? Hij werd rond 316 geboren in wat de Romeinen Pannoni? noemden, ongeveer het huidige Hongarije. De legenden zeggen: in Szombathely (Savaria) als zoon van Romeinse ouders. Zijn precieze geboortedag is onbekend. Maarten is in het Latijn Martinus en die naam betekent ?van Mars? of ?aan Mars gewijd?. Mars is de Romeinse oorlogsgod en was een geschikte naam voor een jongen die is voorbestemd in het leger te gaan.

Omdat zijn vader militair was, was het wettelijk bepaald dat eventuele kinderen ook een militaire loopbaan zouden volgen. Hij werd opgeleid in de Italiaanse stad Pavia en kwam al op jonge leeftijd in het Romeinse leger terecht. Hij moet 15 jaar zijn geweest toen hij door het Romeinse leger werd ingelijfd. Drie jaar later zou hij zich hebben laten dopen en nog weer wat jaren later zou hij uit het leger zijn gegaan om zich te wijden aan een godsdienstige loopbaan. Terwijl hij nog in het leger diende, zou het bekendste wonder zijn gebeurd toen hij in Galli? diende. Volgens de legende ontmoette hij bij de stadspoort van Amiens een blinde bedelaar waar niemand naar omkeek. Omdat het winter was en de man weinig kleren aan had, gaf Maarten de helft van zijn mantel weg. Hij gaf daarmee zijn eigen helft weg, omdat de andere helft aan Rome toebehoorde. ?s?Nachts droomde Maarten van de bedelaar die aan hem verscheen als Christus zelf gelijk het Evangelie van Mattheus (25:36) waarin Christus zegt: ?Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed.?? Lees de rest van dit verhaal in het september nummer van ons tijdschrift.