Archeologisch onderzoek Erfgoed aan de Rijksstraatweg

Geen urnen maar muizenpotten.

Werkzaamheden opgraving
Werkzaamheden opgraving

Van 25 september tot 17 oktober 2017 heeft Erfgoed van de gemeente Utrecht langs de Rijksstraatweg archeologisch onderzoek uitgevoerd. Op het perceel, gelegen tussen huisnummer 17 en 18 en vlakbij de Metaal Kathedraal, is de bouw van een gemaal gepland. Omdat de bodem door de bouw van het ondergrondse gemaal en de aanleg van een brede waterpartij verstoord zal worden, is het bodemarchief door archeologen in kaart gebracht. Dat op deze plek archeologische sporen te verwachten waren, bleek al in 2010, toen door de gemeente Utrecht een vooronderzoek is uitgevoerd. Daaruit bleek dat er op het perceel bewoning is geweest vanaf de late middeleeuwen, dus ergens tussen 1000 en 1500 na Christus. Daarnaast werden ook twee crematiegraven uit de Romeinse tijd aangetroffen, die gedateerd konden worden in de tweede eeuw na Chr. Een van deze graven was compleet en bestond uit crematieresten en bijgaven, zoals een bronzen munt en een kruikje. Het andere graf was door later graafwerk helaas verstoord. Vol verwachting begon het team archeologen aan de opgraving. Zouden er nog meer graven te vinden zijn?

Romeins grafveld
Geheel tegen de verwachtingen in, werd helaas geen spoor teruggevonden van het Romeinse grafveld. Aangezien er in 2010 toch onmiskenbaar een crematiegraf is aangetroffen, moet hier in het verleden iets bijzonders zijn gebeurd. Uit andere onderzoeken in het Nederlandse rivierengebied is namelijk bekend dat grafvelden uit deze periode vaak uit veel meer graven bestaan dan de twee uit Rijnvliet. Als het ontbreken van meer graven te maken heeft met het feit dat de middeleeuwse bewoning nagenoeg direct op het Romeinse grafveld plaatsvond, dan is het wel opvallend dat er vrijwel geen losse Romeinse vondsten zijn gedaan die uit de graven afkomstig zouden kunnen zijn. Maar waarom zijn hier dan slechts twee mensen begraven toen?

Muizenpot
Muizenpot

Middeleeuwse bewoning
Van latere bewoners zijn gelukkig wel veel duidelijke sporen teruggevonden. In de middeleeuwen lag binnen het onderzochte gebied waarschijnlijk het achtererf van een boerderij. Van dit erf zijn verschillende greppels en kuilen aangetroffen. De greppels dienden om het erf droog te houden, maar ook als erfafscheiding. In een deel van het onderzoeksgebied zijn sporen gevonden die er op wijzen dat er landbouwgewassen, zoals graan waren opgeslagen. Naast paalkuilen van hooibergen zijn er maar liefst vijf zogenaamde muizenpotten gevonden.

Die potten werden in de buurt van opgeslagen gewassen in de grond gegraven. Door de muizen op te jagen, vielen ze in de pot met water waarin ze vervolgens verdronken. Dat dit soort muizenvallen goed hebben gewerkt, blijkt wel als de inhoud ervan wordt gezeefd en er de skeletten van soms wel tientallen muizen worden gevonden.
De meeste greppels bleven in gebruik tot in de nieuwe tijd. Van de bewoning uit deze periode zijn niet alleen greppels maar ook een aantal

Waterput
Waterput

bakstenen funderingen en een opmerkelijke waterput gevonden, waarvan de kern bestond uit gestapelde bakstenen. Wat deze put bijzonder maakte, is dat op het diepste deel rond de stenen een opvallend grote ton was aangebracht van maar liefst 1,60 meter in diameter en 1,42 meter hoog .

Tijdens de bouw van de waterput moet de ton als eerste zijn ingegraven, om zo een gat open te houden voor het stapelen van de bakstenen. Deze constructiewijze werd vaker toegepast, maar niet vaak met zo?n grote ton!

Het onderzoek gaat nu binnen verder. Aan de hand van de informatie uit het veld en de vondsten die zijn verzameld, kan weer een verhaal van een klein stukje Leidsche Rijn worden geschreven. Dit verhaal zal verschijnen als basisrapportage van Erfgoed van de gemeente Utrecht.

Om meer te lezen over muizenpotten zie: Kamp, J.S., van der, ?Utrechtse muizenissen. Ongediertebestrijding op het middeleeuwse boerenerf in Leidsche Rijn?, Westerheem 5, Oktober 2010, pag. 229-242.

? Herre Wynia

9 maart: ‘Tussen Romeinen en Noormannen’, lezing door Herre Wynia

Donderdag 9 maart zaal gemeente-archeoloog Herre Wynia een lezing houden over de tijd van de middeleeuwen en wat hier vanuit archeologisch standpunt over is te zeggen.

Herre Wynia
Herre Wynia

Vooruitlopend op de bouwwerkzaamheden in Leidsche Rijn zijn bijna honderd opgravingen van bewoningssporen uit de prehistorie tot en met de Tweede Wereldoorlog uitgevoerd. Wereldberoemd zijn de vondsten die te maken hebben met de Romeinse grens of limes. Maar ook uit de daaropvolgende periode, de vroege middeleeuwen, heeft het archeologisch onderzoek in Leidsche Rijn een schat aan nieuwe inzichten opgeleverd. Ook bij recent archeologisch onderzoek onder het Domplein in het centrum van Utrecht zijn belangrijke sporen uit de Merovingische periode (400-700 na Chr.) tevoorschijn gekomen.
In deze lezing zal gemeente-archeoloog Herre Wynia ingaan op de belangrijkste archeologische vindplaatsen uit de vroege middeleeuwen van de afgelopen jaren. Aan de hand daarvan zal hij een beeld schetsen van het leven in die tijd. Hoe zagen de dorpen er uit? Hoe voorzagen de mensen in hun levensonderhoud? Wat voor schepen voeren over de Rijn en wat hadden ze voor lading? Ook zal hij de laatste stand van zaken geven van het archeologische onderzoek op het Domplein, waar Willibrord in 695 arriveerde.

Locatie: Het Wapen van Haarzuilens in Haarzuilens. Zaal open: 19.30 uur. Aanvang: 20.00 uur. Entree: ?5,- Leden Hist. Vereniging ?2,50 Aanmelden s.v.p. via activiteiten@histvervdmh.nl

Tussen Romeinen en Noormannen, een lezing door Herre Wynia

dinsdag 5 juli 2016 20:00 uur.

9715_middeleeuwen

Dinsdag 5 juli is Herre Wynia, archeoloog bij de gemeente Utrecht, te gast bij de Stichts-Hollandse Historische vereniging.

Aan de grens van Montfoort en Harmelen wordt al tientallen jaren gebouwd aan Leidsche Rijn, de grootste Vinex locatie van Nederland. Vooruitlopend op de bouwwerkzaamheden zijn bijna honderd opgravingen van bewoningssporen uit de prehistorie tot en met de Tweede Wereldoorlog uitgevoerd. Wereldberoemd zijn de vondsten die te maken hebben met de Romeinse grens of limes. Maar ook uit de daaropvolgende periode, de vroege middeleeuwen, heeft het archeologisch onderzoek in Leidsche Rijn een schat aan nieuwe inzichten opgeleverd.

Ook bij recent archeologisch onderzoek onder het Domplein in het centrum van Utrecht zijn belangrijke sporen uit de Merovingische periode (400-700 na Chr.) tevoorschijn gekomen. Zelfs in Woerden is dankzij de vondst van het Frankische zwaard duidelijk geworden dat er in ieder geval rond 700 sprake was van bewoning en een waarschijnlijk door Bonifatius gesticht kerkje. Het beeld dat na de Romeinen de ?duistere of donkere middeleeuwen? hun intrede deden, blijkt dan ook onhoudbaar. De onderzoeksresultaten duiden juist op een opvallend vitale periode, waarin een groot aantal verschillende nederzettingen werd gesticht.

In de lezing zal gemeentelijk archeoloog van Utrecht Herre Wynia ingaan op de belangrijkste archeologische vindplaatsen uit de vroege middeleeuwen van de afgelopen jaren. Aan de hand daarvan zal hij een beeld schetsen van het leven in die tijd. Hoe zagen de dorpen er uit? Hoe voorzagen de mensen in hun levensonderhoud? Wat voor schepen voeren over de Rijn en wat hadden ze voor lading? Ook zal hij de laatste stand van zaken geven van het archeologische onderzoek op het Domplein, waar Willibrord in 695 arriveerde.

Locatie: Kerkgebouw De Rank, Verlengde Hoogstraat 26, Montfoort.?Aanvang: 20.00 uur.